Rij veilig met medicijnen.nl

/Wat zegt de wet

Je mag geen voertuigen besturen als je onder invloed bent van een medicijn dat je rijvaardigheid vermindert. In de Wegenverkeerswet (artikel 8.1) staat dit als volgt beschreven:

'Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht'.

Bewijslast

In de praktijk is de bewijslast echter een probleem, want hoe toon je aan dat iemand onder invloed is van een geneesmiddel? Hier bestaat geen test voor, zoals een blaastest bij alcohol. Voor alcohol geldt een limiet van de toegestane concentratie in het bloed van 0,5 promille (voor de beginnende bestuurder 0,2 promille). Voor geneesmiddelen bestaat er geen vergelijkbare limiet.

En hoe toon je aan dat iemand had moeten weten dat het medicijn dat hij gebruikt de rijvaardigheid vermindert? De informatie in de bijsluiter en op het etiket (gele sticker, waarschuwingstekst) spelen hierbij een rol. En het negatieve advies van de arts of apotheker die het medicijn heeft voorgeschreven, kan aantonen dat de verkeersdeelnemer op de hoogte was.

In geval van ongelukken hebben een apotheker en zijn medewerkers in principe geheimhoudingsplicht, tenzij het gaat om een strafbaar feit. De apotheker mag geen gegevens van patiënten aan de politie geven als dit niet in het kader is van een opsporingsbevel.

Aanvraag rijbewijs

Bepaalde ziekten en aandoeningen kunnen de rijvaardigheid beïnvloeden, bijvoorbeeld epilepsie. Medicijnen kunnen er dan voor zorgen dat de rijvaardigheid verbetert. Het Centraal Bureau voor de Rijvaardigheid (CBR) beoordeelt of iemand lichamelijk en geestelijk in staat is om een motorrijtuig te besturen. De eisen staan genoemd in de Regeling eisen geschiktheid 2000. Bij de aanvraag van een rijbewijs moet je daarom een Eigen verklaring invullen. In deze verklaring moet je problemen met je gezondheid melden.

In Nederland bestaat geen meldingsplicht van problemen met de gezondheid voor mensen die hun rijbewijs al gehaald hebben. Alleen bij aanvraag van een rijbewijs, bij aanvraag van het rijbewijs door mensen van 75 jaar en ouder en bij iedere aanvraag van het groot rijbewijs (beroepschauffeurs) moet een Eigen Verklaring worden ingevuld waarin medicijngebruik wordt gemeld. Het CBR kan bepalen dat iemand op basis van zijn medicijngebruik niet meer rijgeschikt is. Ook kan het CBR na inzage van de Eigen Verklaring besluiten tot het opleggen van nader medisch onderzoek door een specialist. Dit kan ook op basis van een melding door de politie dat er een vermoeden is dat de rijbewijsbezitter niet meer rijgeschikt is (vorderingsprocedure).

Beroepschauffeurs

Voor beroepschauffeurs gelden strengere regels dan voor alle andere verkeersdeelnemers. Beroepschauffeurs nemen langer deel aan het verkeer, zijn soms verantwoordelijk voor passagiers en lopen vaak extra risico's doordat ze grotere voertuigen besturen. Het is daarom van belang dat artsen en apothekers bij het voorschrijven en de afgifte van rijgevaarlijke geneesmiddelen extra aandacht besteden aan de risico's van deelname aan het verkeer. De huisarts kan bijvoorbeeld adviseren contact op te nemen met de bedrijfsarts voor adviezen en afspraken over het werk.

Zorgverleners

Artsen en apothekers zijn verplicht om hun patiënten voorlichting te geven over de mogelijke bijwerkingen van medicijnen en mogelijke alternatieven, dus ook informatie over de rijgevaarlijkheid van medicijnen. In de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst staat dit als volgt beschreven:

'Conform de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) hebben artsen en apothekers de plicht om de patiënt in te lichten over mogelijke bijwerkingen van de voorgeschreven geneesmiddelen en over mogelijke alternatieven. Het niet geven van deze informatie betekent dat huisarts en apotheker in gebreke blijven. Wanneer de patiënt deze informatie heeft ontvangen, is deze zelf verantwoordelijk voor de beslissing al dan niet brommer, motor of auto te rijden. De huisarts of apotheker is dus niet aansprakelijk voor de beslissing die een patiënt neemt op basis van de gegeven adviezen.'

In het Burgerlijk wetboek (artikel 448) staat het volgende:

'De hulpverlener licht de patiënt op duidelijke wijze, en desgevraagd schriftelijk in over het voorgenomen onderzoek en de voorgestelde behandeling en over de ontwikkelingen omtrent het onderzoek, de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt. De hulpverlener licht een patiënt die de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt op zodanige wijze in als past bij zijn bevattingsvermogen. Bij het uitvoeren van de in lid 1 neergelegde verplichting laat de hulpverlener zich leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijze dient te weten ten aanzien van:

  1. de aard en het doel van het onderzoek of de behandeling die hij noodzakelijk acht en van de uit te voeren verrichtingen;
  2. de te verwachten gevolgen en risico's daarvan voor de gezondheid van de patiënt;
  3. andere methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen;
  4. de staat van en de vooruitzichten met betrekking tot diens gezondheid voor wat betreft het terrein van het onderzoek of de behandeling.

Meer informatie staat op wetten.overheid.nl. Meer vragen en antwoorden vind je onder Veelgestelde vragen op deze website. Onder Medicijnen staat meer informatie over de rijadviezen en handige tips.