Rij veilig met medicijnen.nl

/Soorten adviezen

De rijadviezen zijn onderverdeeld in drie categorieën op basis van het (acute) effect bij het starten van een geneesmiddel. Dit effect wordt bepaald in een standaardrijtest, waarin wordt gemeten wat het slingergedrag is van een automobilist na inname van het geneesmiddel. Hierbij is uitgegaan van een normale dosering voor volwassenen bij de hoofdindicatie. De mate waarin het geneesmiddel de rijvaardigheid beïnvloedt, wordt weergegeven overeenkomstig de categorie-indeling van de International Council on Alcohol, Drugs & Traffic Safety.

Alcohol

De invloed van rijgevaarlijke medicijnen kun je vergelijken met de invloed van alcohol. De limiet voor deelname aan het verkeer is voor alcohol 0,5‰ (0,2‰ voor de beginnende bestuurder). Dat zijn 2 standaard glazen alcohol. 0,5–0,8‰ staat voor 2 tot 4 glazen alcohol. Voor medicijnen bestaat er geen vergelijkbare limiet.

Categorieën

  1. Categorie I

    Geen tot weinig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van <0,5 g/l (<0,5‰).

    Medicijnen uit categorie I hebben weinig invloed op de rijvaardigheid. De eerste dagen kunnen bijwerkingen met een negatieve invloed op de rijvaardigheid optreden. Het advies is om in dat geval geen voertuig  te besturen zolang deze bijwerkingen optreden.

  2. Categorie II

    Licht tot matig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van 0,5 tot 0,8 g/l (0,5–0,8‰).

    Geneesmiddelen uit categorie II hebben een licht tot matig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Het wordt ontraden om de eerste paar dagen van de behandeling te gaan rijden. Vraag indien mogelijk een rijveiliger medicijn aan de arts of apotheker.

  3. Categorie III
    Geneesmiddelen uit categorie III hebben een ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van >0,8 g/l (>0,8‰). Het wordt nadrukkelijk ontraden om te rijden. Vraag indien mogelijk een rijveiliger medicijn aan de arts of apotheker.

    Soms wordt een categorie III medicijn na een tijdje een categorie I medicijn, zoals morfine, waarmee je na 2 weken weer mag autorijden, mits je geen rijgevaarlijke bijwerkingen ervaart.
     
  4. Categorie III -> I
    Geneesmiddelen uit categorie III hebben een ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van >0,8 g/l (>0,8‰). Het wordt nadrukkelijk ontraden om te rijden. Vraag indien mogelijk een rijveiliger medicijn aan de arts of apotheker.

    Sommige van deze medicijnen gaan na een bepaalde tijd van categorie III naar categorie I. Daarna mag je weer rijden, mits je geen rijgevaarlijke bijwerkingen ervaart.

Verplicht voorlichten

De beroepsorganisatie voor apothekers, de KNMP, stelt de adviezen vast en dus ook in welke categorie een medicijn valt. Deze adviezen worden regelmatig geactualiseerd. Volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) hebben artsen en apothekers de plicht om de patiënt in te lichten over mogelijke bijwerkingen van de voorgeschreven geneesmiddelen en over mogelijke alternatieven. Het niet geven van deze informatie betekent dat huisarts en apotheker in gebreke blijven. Wanneer je als patiënt deze informatie hebt ontvangen, ben je zelf verantwoordelijk voor de beslissing al dan niet brommer, motor of auto te rijden. De huisarts of apotheker is dan dus niet aansprakelijk voor de beslissing die je neemt op basis van de gegeven adviezen.